Feeds:
Posts
Comments

Archive for July, 2009

“Minutieus in de gaten gehouden vanaf zijn negentiende. De inmiddels 66-jarige Roel van Duijn – ex-Provo, ex-Kabouter, ex-politicus en tegenwoordig liefdesverdrietconsulent– kwam er vorige week achter. Hij kreeg, op eigen verzoek, een pakket van de inlichtingendienst AIVD (voorheen Binnenlandse Veiligheidsdienst). Het bevatte zijn BVD-dossier van 1962 tot 1982. Maar niet het complete dossier, slechts een deel.” Is in de dagblad Trouw van 28 juli 2009 te lezen onder de krantenkop: “DE BVD LUISTERDE ECHT MEE.”

Van Duijn zegt geschokt te zijn, iets wat mij verbaast van iemand die toch op zijn minst de biografieën van Bakunin, Kropotkin en Domela Nieuwenhuis kent. Iedere politieke activist – al was het maar uit misplaatste ijdelheid – weet of waant zich onder oor en oog van Big Brother. Zo weet ik mij nog te herinneren dat in het begin van de zeventiger jaren de telefoon in het Amsterdamse pand Keizersstraat 2A waar de Aktiegroep Nieuwmarkt en de voortzetting van de Provodrukkerij zetelden, ondanks niet betalen van de PTT rekening,  niet afgesloten werd omdat de overheid die nuttige bron van informatie toch niet graag wilde missen…

Inlichtingendiensten waren en zijn altijd aanwezige spelers op het veld van de geschiedenis. Iedereen die macht neemt of toebedeeld krijgt wil de andere spelers op het veld en hun plannen kennen. Onderzoek en observatie zijn daartoe geeigende middelen. Passief door documentatie van publieke bronnen en administratieve gegevens (die enkel formeel privé blijken te zijn). Actief door aanwezig te zijn bij gebeurtenissen, waarbij al gauw de taakgrenzen tussen observant, infiltrant, participant en provocateur vervagen. Wat van Duijn aanmerkt als ‘abberatie’, is de reguliere staatspraktijk en die begreep en begrijpt niets van de ‘openbare samenzweringen’ van sociale bewegingen als Provo en Kabouter.
Links een huiskamerbijeenkomst van Provo met Rens ..., Rob Stolk, (?), Janhuib Blans en Luud Schimmelpennink. Rechts de provokelder aan de OZ Achterburgwal 119 (huis van Peter Schat en Marina Schapers) met herkenbaar in beeld Tom Bouwman en Koosje Koster.

Links een huiskamerbijeenkomst van Provo met Rens van Halem (achternaam kan ik me in vergissen, hij was actief in Zaandam bij de ‘Barst’ groep), Rob Stolk, Peter Bronkhorst (nog keurig met das althans volgens Luud Schinnelpennink is het Bronkhorst), Janhuib Blans en Luud Schimmelpennink. Het huis is mogelijk in de Jordaan, Karthuizerstraat 14. Rechts de provokelder aan de OZ Achterburgwal 119 (huis van Peter Schat en Marina Schapers) met herkenbaar in beeld Tom Bouwman en Koosje Koster. (de rechtse foto is van Cor Jaring die  tot hoffotograaf van de Provobeweging uitgroeide).
Click picture for full size view + is extra big view.

Anders dan de praktijk van politieke partijen, van binnenkamer-overleg tot een min of meer geheim stelsel van partijcellen, was de provobeweging een niet geformaliseerde groep met wisselende deelnemers rond een kern van activisten met een wild-clubhuis als  verzamelpunt (provokeldertjes en later de provoboot). Ook al werd er – zoals bij al het menselijk contact – soms iets ‘en-petit comité’ in café, huiskamer of bed besproken, binnen de kortst mogelijke keren was het toch bekend omdat iemand zijn mond voorbijpraatte en ook niemand zich echt gebonden voelde aan geheimhouding in naam van deze of gene ‘partij’ of ‘grootse idealen’.  ‘Openbare samenzweringen’ dat was het kenmerkende van deze bewegingen, daar lag hun kracht, die daardoor ook een onbedoeld democratisch karakter had (hoe anders gesteld was het me de trotskistische, maoistische en andere marxistisch-leninistische groepjes in Nederland in die jaren, daar kon echt ouderwets geinfiltreerd worden door de BVD). Weinigen namen de moeite om interne tegenstellingen – die zijn er altijd – binnenskamers te houden en een blije wanorde en rommeligheid maakte dat niet alles wat onderling werd afgesproken ook volgens plan uitgevoerd werd. Dat laatste tot wanhoop van de rijksinfiltrant die bij weer een foute melding zijn bedrijfswaarde aangetast zag.

‘Openbare samenzwering’ moet natuurlijk niet geheel letterlijk genomen worden, zo werd de identiteit van de schrijver van wat toen ‘De Subversieve Brief’ genoemd werd niet onthuld. In deze brief gepubliceerd in het tijdschrift Provo – voor wie de archieven  kent het is eigenlijk een briefkaart – wordt de vernielzuchtige stedebouwpraktijk in de Amsterdmase binnenstad aan de kaak gesteld en onder meer opgeroepen de IJtunnel (toen in aanbouw) op te blazen. Ook waren er contacten met de Spaanse anti-Franco groep ‘Primo Magio’, een groepering die heden ten dage als potentieel terroristisch aangemerkt zou worden en bezochten enkele Amsterdamse provo’s de burelen van de Italiaanse uitgever Feltrinelli, die een paar jaar later op mysterieuse wijze omkwam (of liever dood gevonden werd) bij een electriciteitsmast even buiten Milaan die hij naar verluid zou hebben willen opblazen met springstof. Ik vraag mij af of deze gegevens ook in de BVD dossiers met betrekking tot deelnemers aan de provobeweging te vinden zijn.

Het eerste nummer van het tijdschrift Provo (als ik het me goed herinner kan ook het tweede zijn) had bij een artikel over bevrijdend geweld een ingeplakt kinderpistool-klappertje en daarmee werd de geweldadige geaardheid van de beweging effectief gesymboliseerd. Er is nog wel een klein hoekje uit het standbeeld van Generaal Van Heutz (de koloniale slager van Atjeh) afgeblazen met een huisgemaakt projectiel, een jongensachtige vuurwerkgrap, niet enkel om de knal, maar met een politieke lading.  En dan waren er de rookbommen bij het koniklijk huwelijk van Beatrix en Claus en ja, dat hadden net zo goed echte bommen kunnen zijn en nee het was er de tijd niet naar… Toch eens nakijken of deze foto (rook)bommakers in Hollandse stijl voor of na het huwelijk gemaakt en gepubliceerd zijn. De onderstaande beelden waren al snel publiek toegankelijk en bewijzen hoe weinig samenzweerderig het protest uit die jaren was en hoe futiel al de moeite van inlichtingendiensten als de BVD. Als er al een doel was bij Provo dan was het ‘de spelende mens’ Homo Ludens en in dan in de zin van Huizinga’s oorspronkelijke studie uit 1938 (*), spel als doel in zichzelf, een handeling waarbij doel en middel niet geschiden kunnen worden: “Het kind en het dier spelen, omdat zij er lust in hebben, en daarin ligt hun vrijheid.”

Peter Bronkhorst en Rob Stolk bij het maken van rookbommen ter opluistering van huwelijk van Betarix en Claus gefotografeerd door Cor Jaring. Midden de rookbommen en de koniklijke koets in de Raadhuisstraat (fotograaf onbekend volgens mijn archiefbron). Rechts het echtpaar dat de wereldbekende foto van koets met rookbom mogelijk maakte, de rookbomgooiers gefotografeerd door Koen Wessing (nog eens  hun naam opzoeken).

Peter Bronkhorst en Rob Stolk bij het maken van rookbommen ter opluistering van huwelijk van Betarix en Claus gefotografeerd door Cor Jaring. Midden de rookbommen en de koniklijke koets in de Raadhuisstraat (fotograaf onbekend volgens mijn archiefbron). Rechts het echtpaar Jaap en Lia Zander dat de wereldbekende foto van koets met rookbom mogelijk maakte gefotografeerd door
Koen Wessing. Zij gingen er twee weken voor de cel in na twee jaar procederen. De rookbom die zij gooiden was de meest effectieve die midden in de stoet belandde. Deze daad wordt meestal aan kernfiguren van provo toegeschreven, met name aan Peter Bronkhorst. Het Historisch Dagblad heeft een aardig stukje hierover op het Internet staan. (**)
Click picture for full size view + is extra big view

Het karakter van de Kabouterbeweging en Oranje Vrijstaat is niet geheel aan dat van de provobeweging gelijk te stellen, maar daarover bij een andere gelegenheid.

 

(*) Enkele citaten uit Huizinga’s boek zijn te vinden op mijn web pagina over situationisten, avontuur, spel en verveling.
(**) Historisch Dagblad
“Rookbom kwam niet van Provo”  door Sandra Evers en Janno Lanjouw.

Read Full Post »

LouisVanParidonWaterlooplein1967

This picture has been published in 1967 in De AVRObode (a Dutch broadcasting association magazine)

This picture has been taken in 1967 by the Dutch photographer Louis van Paridon on the Amsterdam flea market Waterlooplein. The market was situated somehow different in those years, there was a long stretch of market in front of the Mozes and Aaron Church running in the direction of the bridge over the Amstel river (nowadays there are tram tracks at that spot).  The television sets you see are the second or third generation television sets which still show that the first television sets (from the thirties) were using round cathode tube monitors. It is not yet the time of color television that comes a decade later to the Netherlands, but the shops had newer models with almost rectangular screens and more channels, hence out they went these obsolete receivers. I did find this picture during one of my regular  probings in image archives. The house and floor where I live now can be seen in the upper right hand corner, the second floor of the house which shows three window panes plus a bay window (erker). I know the flea-market since 1958 when I would take a bus or hitch hike from the nearby town of Haarlem to go to the Waterlooplein and browse around (I would stay away illegal from school to indulge in this favorite pass time). The flea market at that time was bigger, more messy, society less affluent, so young couples, students, bohemians and the like were dependent on this market to equip their rooms, to dress and find reading and listening materials (it was a time when the highly breakable 78 rotation per minute shellac gramophone records were dumped massively).
We are now several generations of living people and their ever changing contraptions further and if the under earth of the Waterlooplein would have had a memory it could draw up long lists of other obsolete pieces of equipment waiting for a possible new life after having been discarded…

Louis van Paridon (an informed Dutch person can see that this must be a catholic man) has made some reportage for the magazine ‘Katholieke Illustratie (Catholic Illustration) in de early sixties on Dutch nozems (teddy boys) which are partly documentary, partly arranged somehow by the photographer (at least it looks like that). Such photographs remain hidden in the big photo-archives with copyright laws as a fence. I will start to post some of my selections on the internet to set them free on and meet receptive minds of younger generations who can look back and maybe recognize something in the past of their actual youth. The National Archive of the Netherlands boast on their web site that they have so and so many million pictures, but they offer just tiny versions of them to the general public. It is time to reformulate what is to be done for our cultural heritage by putting more and more things in the public domain. The copyright lobby has been far too influential in the copyright and other control barriers. We have a cultural gulag at hand and must start to set free its prisoners….

Read Full Post »

stem uit de groef

Mijn stem mag met mij / een heel leven mee

Met èh mocht ik beginnen,

en deze stem draagt mij verder,

maar hoe zal ik eindigen?

Zal ik krachtig stervende verzen stamelen, vloeken —

of seniele kreten slaken?

Dit is Simon nog met een lichte jonge stem – nog niet door rook bevloerst – gevat op een klein grammofoonplaatje uitgegeven in 1960 door Querido. VPRO Radio heeft de volledige opname + tekst op haar web site gezet… een thema dat bijna een halve eeuw later terugkomt in de samenwerking met Spinvis. Enkel het spetterende geluid van een echte naald in de groef van een echte grammofoonplaat mist hier, maar wie weet zich dat nog te herinneren?
vinkenoog-hoesje-297x300

Read Full Post »

Simon Vinkenoog (1928-2009) is op weg naar weg en dat zijn wij allen…
Simon kwam op mijn weg in 1966 toen ik belangstelling had voor zijn initiatief voor een  ‘Sigma Centrum’ in Amsterdam (zoals gepubliceerd in het Randstad 12 nummer in 1966 Manifesten~Manifestaties samengesteld door Simon Vinkenoog, naar een idee van Alexander Trocchi “de onzichtbare opstand van een miljoen geesten”). Ik werd uitgenodigd zijn documentatie van nieuwe kunststromingen en andere sociale, religieuse alsook politieke bewegingen te komen bekijken. Mijn eerste bezoek was in in zijn huis aan de Noordermarkt, toen al volgestouwd met betekenisvol papier, gemapt en gerangordend. Knipsel, krant, pamflet, foto, folder, brochure, brief , kattebel en tekening werden onder een zwierig geschreven noemer vereenigd in een map. Mappen regen zich aaneen, verhuisden naar dozen en een groeiend aantal kasten waarvan op een gegeven moment de bovenste plank enkel nog met een laddertje bereikt kon worden. Stapels kranten en bladen vermengden zich met boeken, kussens, lage tafels en ander huisraad  tot het voortdurend in beweging zijnd gezellig informatielandschap dat ook al al zijn latere woningen beheerste. Noordermarkt, Weesperzij, Sarphatistraat, domeinen van de schrijver en huisdocumentalist die met het geheugenwapen – de schaar – dat wat met de waan van de dag vervluchtigt een toekomstwaarde wist te geven: piepkleine politieberichtjes vanaf de vijftiger jaren over drugs in Amsterdam, allereerste happenaars in de States, jazz & poetry, Rimbaud, Artaud, situationisten, raketvaart vanaf Cape Kennedy, hipsters van het Leidseplein, diggers in Zwolle, biodynamisch boeren in Drente, stemmen van gene zijde, kruidenbulletins van Melly Uildert, kosmisch humanisme van Oliver Reiser … Knip, knip weer een gat uit het tableau van de dag, voor een nieuwe samenhang, een ander inzicht…, bewaard voor later. Als er al een beperking was van zijn aandachtsgebied, dan lag dat buiten de perken: les terrains vagues. Simon was niet enkel een knipper, plukker, lezer, vergaarder en bloemlezer, maar tegelijk een vrijgevig doorgever aan anderen van al zijn kennissprokkel. Meervoud is zijn stuwende kracht, wijzen op de overstelpende rijkdom aan mogelijkheden. Daarmee is de opsomming zijn stijlkenmerk, zoals in zijn voordracht – de gestaag toenemende snelheid, die vanzelf tot cadans wordt. Gedichten als dansende kaartenbakken. Romans die zijn eigen dagelijkse leven boekstaven en die je tegelijkertijd als verlokkelijke niet verplichte bibliografie kunt gebruiken. Hoeveel mensen heeft hij zo al niet op een nieuw spoor gebracht? (*)

klik op de foto voor een grotere versie ... click the image for a bigger version

Op deze foto van Pieter Boersma zie je Simon met zijn geheugenwapen: de schaar. Dit is herfst 2006, een opname-sessie ten behoeve van een tentoonstelling over de Nederlands/Vlaamse connectie met de ‘situationisten’ in het Centraal Museum Utrecht. De telefoon van zwaar bakeliet, het Amstel Hotel in het verschiet en op het bureau een nog steeds gevulde dikke kantooragenda. Geen spreekbeurt, geen forum, geen happening was hem te min of teveel, van schoolklasje in de provincie tot televisieshow, van kraakpand met punkdichters tot universitair literair symposium. Veel van die spreekbeurten waren voor de eigen kost en de gastvrijheid die zovelen in de verschillende  ‘huizen Vinkenoog’ hebben genoten. De archieven van Vinkenoog (**) herbergen veel schoolblaadjes,  correspondentie en ander verslagen, waarin met enthousiasme teruggeblikt wordt  op deze – vaak nederige – optredens. Het is een onderbelichte kant van Simon als cultuurspreider van onderop, die bij zijn verscheiden gemeld moet worden, opdat wij in hem eren wat de literaire establishment van Nederland nooit heeft willen erkennen, laat staan belonen.

Klik/Click Scroll voor/for link

klik plaatje hierboven voor boekenkast scroll; het laden van deze scroll kan even duren, naar gelang de snelheid van uw aansluiting. Klik op het beeldvlak om de scroll in gang te zetten, stoppen klik weer. U kunt uw browser – als u een groot scherm hebt – zo breed mogelijk maken en ook desgewenst via de onder schuifbalk de scroll naar een gewenst punt bewegen. De hoogte van de scroll 1: 1 is 740 pixels… desgewenst kunt u via (view) opties het beeld wat vergroten. Zal eens een nieuwe versie maken met meer ‘reoslutie” (detail. Deze scroll dateert al weer van 8 jaar geleden.

Verzamelaars en veellezers omgeven zich – al de electronische wonderen ten spijt – met kasten en kasten vol met boeken en andere herinneringsobjecten die in de loop der jaren zich nabij de boeken op de planken genesteld hebben. Soms heerst er orde op de plank, soms enkel wanorde, meestal een intrigerende combinatie van verwante schrijvers, naastgelegen onderwerpen, half doorgevoerde  op rij gezette classificaties, vrolijke combinaties en dwarse verbanden. De regel lijkt wel te zijn dat, hoe minder systematisch hoe beter de eigenaar gebruiker er de weg in terug weet te vinden. Ons geheugen is immers ruimtelijk en tijdens denken en gesprekken fladdert onze geest over planken, langs banden en door de pagina’s. Nu drie jaar geleden legden wij (***) een stukje van zo’n persoonlijk informatielanschap van Vinkenoog vast en als klein monument voor Simon nodigen wij u hierbij uit met uw eigen associaties langs de planken van zijn boekenkasten te dwalen en zo zijn en uw eigen leven even terug te denken…

Tjebbe van Tijen 11/12 juli 2009 bij het krieken van de nieuwe dag

(*) De beste bibliotheek-catalogus ter wereld worldcat.org geeft 356 titels/hits met Simon Vinkenoog als auteur; Google Books geeft 855 (deels doorbladerbare) boeken en tijdschriften met Vinkenoog als auteur of genoemde persoon; Deze twee links halen een heleboel internet-ruis weg die bij een gewone Google zoekactie opkomen.
(**) Het merendeel van de archieven van Simon Vinkenoog (Collectie Vinkenoog) zijn nu bij het Internationaal Instituut voor Sociale Gschiedenis in Amsterdam (60 strekkende meter archief); ook is er archiefmateriaal bij het Stadsarchief Amsterdam en het Letterkundig Museum in den Haag te vinden.
(***) “Situationisten op drift” een interactieve installatie voor het Centraal Museum Utrecht (Tjebbe van Tijen/Imaginary Museum Projects, i.s.m. Pieter Boersma en Rolf Pixley; 2006/2007)

Read Full Post »

IdeasVisualLanguage01

Click the image for the link to the scroll; you may want to download & install the OPERA browser first

In 2005 I made this scroll  for an exhibition in Lisboa on graphic design curated by Max Bruinsma and financed by the Premsela Foundation. At that time – as usual – it was difficult to raise some funds for all the work that had to be done and the hardware and software that came with it. At the opening the scroll was only partly working and it took a few months more to have it completely finished. The scroll is just the first of a series of seven scrolls, but alas till now I did not find somebody who would finance the two months of dedicated work and concentration that is needed to make the second visual narrative on visual language… The first version though has been shown on two occasions. Once in 2006 in a printed version (17 meter long) in the Mediamatic Gallery Amsterdam, and from autumn 2007 till 2009 it has been shown in a touch screen version in the Museum of Communication in The Hague. Today I remembered I still have a web-version somehow hidden away, so let’s make a more public through this blog. A few years back most internet connections were too slow and only a few people would have a computer screen that is big enough to fit the whole scroll frame (you need minimal 1280 x 1024 pixels, a 19 inch monitor).
All that has changed and it would be nice when this work will find a new public. The work is best viewed in the not so common web browser Opera (which is a free download, both for Windows and Mac). Opera is one of the few web browser that gives you a full screen mode for any web page (so when you have a 19 inch monitor you need to choose that option, otherwise you will miss part of the pictorial material and also the navigator bar that pops up and disappears at the bottom). You can drag the blue rectangle of the condensed scroll at the bottom to move the scroll, or click anywhere in that bar to jump to any position. Clicking on any detail of the scroll will give you an information overlay. It should be quiet intuitive. Last thanks again to Joachim Rotteveel who worked with me on the graphic interface for this scroll and did make it absolutely stable… The information pop ups may be a bit slow, that depends on the speed of your connection and your computer. After all this has been designed as museum installation and not for the web, only the web gets almost fast enough now to handle this…

Read Full Post »

Already a while ago I found this description of my scroll system on the blog of Andrew Oleksiuk; I just give a few lines and you can read the rest on his blog:

Tjebbe van Tijen’s Scroll of Scrolls website uses a clever curatorial style, as well as excellent display technique for an artist-collector. Using densely populated collage, van Tijen focuses our camera-eye on vast amounts of information compacted in a small space. This serves two functions: it allows us to appreciate the scale of the work, and provides an efficient viewing mechanism for large amouts of collected visual imagery. The scroll display mechanism alludes to the earliest forms of picture writing which in turn became alphabets. Van Tijen’s studied yet lyrical approach lures the viewer into a picture-world that shows us a sophisticated grammar of communication and scales to the level of encyclopediae, archives, and knowledge taxonomies.

Scroll_tijen
While many artists have dabbled in collage, gluing bits of bone, pennies or hair onto canvas, collage really takes root in 20th century modernism with Dada. Van Tijen’s montages draw from this tradition, but rather than using visual discontinuity and jarring juxtapostion, van Tijen’s scrolls are ordered and narrative in style…

Check Oleksiuk’s blog for a bit more…


Read Full Post »

Het parlementair krakeel over de ongewenste deelname van Prins Willem Alexander aan de Raad van Commissarissen van De Nederlandse Bank, waarbij van behoudend christelijk tot op-papier-revolutionair partijen als de SP zich allen zorgen maken over de goede naam en faam van de kroonprins, is onlogisch.

Immers die positie bij de bank is door God gegegeven, waarom wordt dat door niemand herkent? Beatrix wist het in haar 25 jarig jubileum interview voor de staats tv de NOS – dat vast en zeker bewaard is – duidelijk te zeggen, haar taak was een goddelijke…

Niet de minister-president, maar God is dus de uiteindelijke verantwoordelijke. Wie de beëdigings- en inhuldigingsceremonie – per nieuwe vorst – in de Nieuwe Kerk van Amsterdam goed bekijkt ziet daar dan ook de handelingen die de goddelijke overdracht van verantwoordelijkheid bevestigen: “Zo waarlijk helpe mij God almachtig!” en al de volksvertegenwoordigers beamen dat vervolgens. Een goede heerser is geen manager, een goede heerser krijgt inzicht van boven. Dit koninklijke deelnemen aan maatschappelijke processen is toch wat de Nederlandse natie wil? En dat goddelijke straalt ook – niet zo’n klein beetje – af op de overige leden van het koningshuis. Zo is Prins Constantijn goddelijk bevlogen lid van de Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum Amsterdam. En ik neem aan dat de web-site van het koninklijk huis zo nog meer goddelijke inbreng in de Lage Landen weet bloot te leggen. Alles heel publiek en volstrekt oorbaar.

Inscriptions at the edge of Dutch Euro coins "GOD ZIJ MET ONS" (may God be with us)

Inscriptions at the side of Dutch Euro coins "GOD ZIJ MET ONS" (God be with us); this shortened text expands into its Latin origin "Si Deus nobiscum quis contra nos" (If God is with us, who shall be against us?). The 18th century Dutch silver and gold trading ducats used to have the inscription "Concordia res parvae crescent" which expands into the Latin syaing "Concordia parvae res crescunt, discordia maximae dilabuntur" with a possible translation like "The smallest things grow because of unity, the largest things fall apart because of disunity." ~ Gaius Sallustius Crispus (Sallust)

Het randschrift van de jammerlijk verloren gegane Nederlandse munt, de gulden, liet dat nog duidelijk zien: “GOD ZIJ MET ONS” een korte samenvatting van “Si Deus nobiscum quis contra nos” (Zo God met ons is, wie zal tegen ons zijn). Dat met ons zijn van God behoeft een boodschapper en de rol van ‘goddelijke boodschapper’ is een moeilijke taak. Het huis van Oranje heeft zich in die taak sinds eeuwen gespecialiseerd. Het is ook in die zin dat Prins Alexander zitting dient te hebben bij de instelling die dat feit middels geslagen munten aan heel het volk  openbaart. Dankzij de ijver en het doorzettingsvermogen van minister Zalm van financiën is deze spreuk met de komst van de Euro niet verloren gegaan en nog steeds op de in Nederland geslagen euro-munten (zij het enkel op de 2 Euro exemplaren) te lezen. De Nederlandse Euro draagt ook de beeldtenis van de de regerend monarch. Dat Alexander vooruitlopend op die eer zitting heeft in een overlegkransje  van de Nederlandse Bank lijkt me dan ook gerechtvaardigd, al was het enkel om er op tijd bij te zijn om ervoor te zorgen dat zijn beeldtenis naar genoegen gestalte krijgt.

Blijft de vraag wie nu die “ONS” zijn… is het enkel de pluralis majestatis van de monarch, de monarch en zijn/haar familie, of heel het volk dat Goddelijke bescherming geniet? Dan komt natuurlijk ook de vraag of God ‘als wezen’ of als ‘alomaanwezige natuur’ gezien moet worden en als dat laatste het geval is hoe zou het kunnen dat het ‘met God zijn’, iets exclusiefs Nederlands of van de Europese Gemeenschap zou wezen? Nu er pal bij mij om de hoek een standbeeld voor Spinoza opgericht is durf ik wel mijn overtuiging te uiten dat mij het begrip van een niet-exclusieve alomaanwezige God het beste past. Zou het gezien de nu toch wel algemeen doorgedrongen gedachte van het nastrevenswaardig ideaal van een gemenebest van elkaar welgezinde wereldburgers, ook niet beter zijn om bij de troonsbestijging van Willem Alexander een aparte herdenkingsmunt te laten slaan met een oud  muntrandschrift dat twee eeuwen terug op de gouden en zilveren handelsducaten van de Republiek der Nederlanden  gebruikt werd: “CONCORDIA RES PARVAE CRESCUNT”  (in harmonie groeien de kleine dingen) [*]. Dat is nu een goed punt dat De Prins in zijn rol als toezichtbouder van de Nederlandse Bank in kan brengen en door kan drukken. Want voor de kenner is er de rest van het gezegde “discordia maxime dilabuntur” over onenigheid en het bijbehorende maximale falen. Zie dat zijn oude inzichten die – naar  wij mogen hopen – nu juist door een koninklijke commissaris in deze tijd van globale financieële crisis ingebracht kunnen worden.

* De volledige Latijns spreuk luidt: “Concordia res parvae crescent, discordia maxime dilabuntur” en de mogelijke vertalingen lopen nogal uiteen. Mijn interpretatie zou zijn: Eendracht doet het kleine groeien, de grootste zaken vallen uiteen door onenigheid. Voor het eerste deel wordt dikwijl  “Eendracht maakt macht” gebruikt, maar dat lijkt me onjuist, ergens moet toch het begrip groeien terugkomen.

Read Full Post »